J:
Toen we vanmorgen weggingen was het droog, toen we aan het eind van de middag aankwamen was het ook droog. Daartussen regende het een beetje tot erg hard. De regen en wij gingen over hetzelfde pad van de hoogvlakte naar beneden. Soms was er meer pad, vaak was er meer beek. Het gekke is dat je in de regen geen andere mensen meer ziet op de route. Zitten ze in het café, doet de taxifirma goede zaken? Geen idee. Wij lopen maar gewoon door. Je kunt wel eerder stoppen, maar dan verveel je je in een hotelletje of gîte.
Op de hoogvlakte zijn de meeste huizen van graniet, sterk maar somber en grijs. Het laatste dorp, Aubrac, had in de middeleeuwen een groot opvangcentrum voor vermoeide pelgrims. Dertig zusters verzorgden de zieken, veertig monniken zorgden voor de zielen en vier ruiters hielden de wegen vrij van rovers en wolven. Voor ons was er koffie met een flink stuk taart.
Nu we in het dal van de Lot zijn aangekomen zijn de huizen gemaakt van een prachtige warme gele steen. De tuinen staan vol bloemen en er zijn weer kleine wijngaarden. Nog een zonnetje erbij en het is helemaal het warme zuiden van Frankrijk zoals we dat van allerlei vakanties kennen. Misschien morgen?
———-
Totaal aantal gelopen kilometers na dag 61: 1604 km. (nu in: St Côme-d`Olt)
Download (Santiago.kmz) de gelopen route voor Google Earth.
